Productieaantallen

In de beginperiode vanaf 1869 was de productie laag. De eerste jaren maakte Burgers jaarlijks zo’n 400 houten Vélocipèdes.1

Na de opening van de nieuwe fabriek aan de Rozengaarderweg produceert de fabriek tussen de 2.000 en 3.000 fietsen per jaar. Dit groeit uit naar 5.000-6.000 per jaar.

In de catalogus van 1914 wordt gesproken van een nieuwe moffelinrichting met capaciteit van jaarlijks 40.000. In een advertentie uit 1931: “nu Burgers ENR 100.000 rijwielen produceren kan”. Dit zijn overdreven aantallen, die de fabriek nooit gehaald kan hebben. Zelfs Gazelle haalde die aantallen niet in de jaren ‘30.

Van Gazelle en Fongers zijn vrij nauwkeurige productieaantallen bekend. Burgers was in het begin van de 20e eeuw groter dan deze fabrieken maar was in de jaren ’30 kleiner dan Gazelle.

Fongers maakte begin jaren ’20 ca. 7.000 fietsen per jaar en eind jaren ’30 ca. 15.000 fietsen. Door de oorlog daalt dit en na de oorlog komt het weer snel op het niveau van ca. 15.000 fietsen.2 Gazelle maakte begin jaren ’20 ca. 14.000 fietsen en eind jaren ’30 30.000 fietsen per jaar.

Op basis van de framenummers van Burgers (zie bij dateren van Burgers fietsen) kan opgemaakt worden dat Burgers ongeveer een vergelijkbare productieomvang heeft gehad als Fongers. In de jaren 1915– 1930 ca. 8000 fietsen per jaar, in de jaren ’30 ca. 12.500 per jaar en in begin jaren ’50 ca. 16.500 per jaar.  Een onzekere factor hierbij blijft de productie in Roermond. Hier zijn geen gegevens over bekend.

Precieze cijfers zijn er alleen van de jaren 59/60 en 60/61. Toen maakte Burgers resp. 18.023 en 13.130 fietsen. 3 In totaal zal Burgers tussen 1869 en 1961 zo’n 7 – 800.000 fietsen hebben gemaakt.

Export, Burgers in Indonesië

Kampioen 19 juli 1912
Samarangsch handels- en advertentieblad 29-12-1897

Burgers exporteert al vroeg fietsen. In de catalogus van 1897 wordt al een agentschap in Johannesburg, Zuid-Afrika genoemd. Verreweg de grootste afzetmarkt was Nederlands Indië, zoals dat gold voor alle Nederlandse rijwielfabrikanten.

Volgens de Kampioen van 2 april 1897 wordt het eerste rijwiel voor Nederlands Indië in juni 1896 aangevoerd in Makassar op Celebes voor F.A. Schussler, de eerste wielrijder aldaar. Wat voor merk dit was wordt niet vermeld.

In de Burgers catalogus van 1900 worden acht buitenlandse vertegenwoordigers genoemd, waarvan zes in Nederlands Indië: de Ned. Ind. Sportmaatschappij Koningsplein west in Batavia, J. Back in Macassar, W. van Veldhoven in Menado, Mess & Holzapfel in Padang, H.L.J. Dike in Pankalan Berandan (Sum.) en Ang Eng Hoat in Solok (Sum.) en daarnaast twee vertegenwoordigers in Duitsland.

In de catalogus van 1922 wordt een gouden medaille vermeld die Burgers in het jaar 1915 in Semarang heeft behaald (zie bij bedrijfsgeschiedenis).

De sumatra post 31-03-1914

Bij een bezoek van vier leden van de vereniging De Oude Fiets aan Indonesië in 2011 zijn bij Indonesische verzamelaars vooral Burgers fietsen uit de jaren ‘50 gezien.4

Oudere Burgers fietsen van begin 20e eeuw zijn bij dit bezoek niet aangetroffen, maar zullen er wellicht nog wel zijn.

Uit de jaarcijfers van 59/60 en 60/61 blijkt dat de omvang van de export toen resp. 6150 en 1137 fietsen was op een totaalproductie van 18.023 en 13.130 fietsen (noot 8), is dit is resp. 34% en 9% van de totale rijwielproductie. De export loopt dus tussen 1959 en 1961 sterk terug. Dit zal ongetwijfeld een van de belangrijke oorzaken geweest zijn van de slechte bedrijfsresultaten en het uiteindelijke einde van de fabriek.

← Vorige pagina: De Deventer fietsclubs
→ Volgende pagina: Oude advertenties

Bronnen

  1. De ANWB Kampioen 1901 “Een en ander over de Burgers-fabriek” blz. 727
  2. www.fongers.net
  3. Archief fietsmuseum Velorama, Nijmegen
  4. Beaujon, O. Rietveld, J.B. en Kogel, T.J. de. Oude Fietsen in Indonesie. Het Rijwiel 2011/3